Welke potloden ga je gebruiken?

Pak harde potloden bij weinig en zachte potloden bij veel contrast

met:  het verschil tussen houtskool en grafiet en hoe meng je houtskool en grafietpotloden. 

Voor het gemak kun je alle portretten in 2 categorieën verdelen:

  • veel zon en schaduw – betekent veel contrast – zachte potloden
  • of minder – weinig contrast – harde potloden
onderwaterportret-moeder-en-dochter2
Of een portrettekening lukt hangt niet af van het soort potlood maar veel meer van wat je met potloden kunt

Er is geen definitieve methode.

Sommige realistische tekenaars gebruiken enkel zachte potloden. En weer anderen hebben de vijf pencil methode. Maar geen enkele methode is dé methode. Omdat ze allemaal bedacht zijn door iemand voor wie het werkt. Maar jij bent een ander persoon.

En wellicht zijn er delen van zo’n methode die wel werken voor je. Maar uiteindelijk krijg je het totaal plaatje niet voor elkaar.

Begin met dit:

  • veel contrast: zachte potloden en houtskool (4B-8B)
  • lichte huidtinten in zonlicht: harde potloden (F-2B)

Misschien heb je al wel gezien dat succesvolle tekenaars en tekenaressen allemaal houtskool gebruiken. Dat is natuurlijk niet voor niets.

Een probleem dat namelijk veel voorkomt is: grijze/grauwe portretten. Waardoor er minder diepte, minder 3 dimensionaal, gevoel in zit. En zo lijken ze minder ‘echt’.

In het portret hierna zit veel houtskool. Als in de haren maar ook in de schaduwen tussen de vingers. Door het houtskool te ‘mengen’ met 4B potlood kun je prachtige doezeleffecten maken met gum en tissue.

Hierboven voorbeeld van een portrettekening waarin houtskool en gum een hoofdrol spelen. Getekend op 50 x 70 cm 360 grams acryl papier.

Met welke potloden kun je dan het best portret tekenen?

Om je houvast te geven: beperk je keuze tot 3-4 potloden en houtskool.

  • 2 zachte potloden voor huidtinten en haren
  • soms een B potlood voor de lijnentekening,
  • H voor een techniek om realistisch haren te tekenen
  • en voor de donkerste delen houtskool wat ik meng met één van de zachte potloden.

Deze samenstelling is goed voor alle portrettekeningen. Juist voor een portrettekening met meer contrast gebruik ik zachte potloden en houtskool. Waarbij ik houtskool zeker meng in de ogen, de scheiding tussen de boven en onderlip en de neusgaten.

Afhankelijk van de belichting van de portrettekening, als er echt donkere delen zijn, zet ik ook de huid op met een onderlaag van houtskool.

Neem geen hard potlood voor de lijnentekening

Daarmee heb je de opbouw voor een groot deel klaar, maar soms wanneer je de tekening even weglegt en later weer pakt, kom je tot de conclusie dat je er net naast zit.

Dat is de reden waarom je een lijnen tekening beter met een zacht potlood, B of 2B kunt maken. Dan hoef je de verkeerde lijnen niet eens weg te gummen. Wanneer je er overheen tekent zie je er toch niets meer van.

Een ander voordeel is dat die ‘verkeerde’ lijnen je de richting geven voor de goede.

Verschil potlood en houtskool

Potloden bestaan uit grafiet en klei. (En het hout waar de klei/grafiet stift in zit.) Hoe meer grafiet hoe zachter het potlood. (de B serie)  En natuurlijk omgekeerd, meer klei maakt een harder potlood. (de H serie) Met deze potloden kom je nooit verder dan donker grijs.

Echte hele donkere zwarten kunnen niet zonder houtskool. De deeltjes waarmee houtskool is opgebouwd zijn onregelmatiger van vorm dan die van grafiet.

Wanneer er licht valt op met houtskool getekende delen wordt dat in alle richtingen verspreid. Vandaar dat het niet die reflecterende glans heeft die je bij potlood wel ziet.

Studie van een oog met grafietpotlood, houtskool en gum. Je ziet wat een levensechte resultaten je kunt bereiken met deze drie. 1 t/m 4 zijn delen waarbij houtskool gebruikt is.

Als je houtskool en grafietpotlood mengt is het wel belangrijk dat je de goede volgorde pakt: eerst houtskool en dan met potlood er overheen. Andersom werkt niet. Door de structuur van het houtskool blijft het niet zitten als je het over grafietpotlood tekent.

Dat is waarom je, als je in het voorbeeld van de tekening hierboven ziet, het best eerst de donkerste delen met houtskool kunt tekenen.

In het algemeen kun je deze tweedeling maken:

  • houtskool voor donkere delen van jouw tekeningen bijvoorbeeld: haar, pupil oog, donkere lijn lippen.
  • en potlood voor de fijnere huidtonen: schaduw in het wit van het oog of die delen waar het zonlicht op valt.

Het katje op de afbeelding hieronder laat je zien hoe je houtskool en potlood naast elkaar gebruikt.

Op de afbeelding hierboven: met grafiet potloden van Derwent op Canson 160 grams wit , 2B, 6B, B en houtskool

Katten zijn geen mensen maar ook voor menselijk haar kun je goed met houtskool werken. Zeker wanneer je de mogelijkheden met gum en andere technieken zoals die met hard potlood gebruikt.

Beter op de gladde kant van het papier tekenen

Alle voorbeelden op deze website maakte ik op Canson 160 grams wit tekenpapier, 360 grams acryl of Strathmore 400. En dan op de achterzijde, de gladde kant. Wanneer je papier met een structuur koopt is het handig om ervoor te zorgen dat die structuur je helpt.

Teveel structuur in het papier zorgt er voor dat in de donkere schaduwen alsnog het wit van het papier te zien is. En dat is nou net niet wat je wilt. Zie je op de volgende afbeelding in de schaduwen.

je ziet wat er gebeurd in de schaduwen

Houd je tekening schoon

Misschien weet je dit al,  wanneer je tekent,  dat grafiet en vooral houtskool,  makkelijk een strepen bende geeft op je handen en op je papier. Kun je eenvoudig voorkomen door een tissue of toiletpapier onder je hand te leggen als je tekent en steun op de tekening nodig hebt.

Je hebt ook tekenhandschoenen in verschillende soorten.

Koop je bij Wish al voor 1 euro maar zag ze ook bij andere sites van 7 tot 19 euro.

Handig, voorkomt onnodig vlekwerk. Nadeel soms, ze zitten warm.

Gum en doezelen

Juist omdat grafiet vlekt kun je met gum ook prima ‘doezelen’ of vervagen. Waarmee je zorgt dat schaduwen in haar of op de huid als het ware vloeiend in elkaar overlopen.

Als je tekent in lagen, waardoor er ook weer meer diepte ontstaat, kun je met gum prachtige overgangen van licht naar donker maken. Die ‘net echt’ lijken. Ik pak zowel harde als zachte gummen en snijd ze op maat.

Bovenstaande portrettekening maakte ik met F en 2B potlood voor de gezichten en houtskool en 3B potloden voor de achtergrond en het haar. Die ontbreken nog in deze fase. De witte delen zijn van te voren aangegeven omdat je ze met gum nooit meer zo helder krijgt dan wanneer je ze onbedekt laat. Bij de pijlen zie wat er gebeurd als je de getekende delen doezelt.

Conclusie

Dan is dit het antwoord op de vraag: ‘Welke potloden gebruik je voor een portrettekening?’

  • Zachte potloden voor de huid als 3B en 4B. Staat er veel zonlicht op het gezicht wat je tekent? Dan kies ik vaak voor F en 2b voor de schaduwen.
  • Aangevuld met een doezelaar
  • Heel zacht potlood, bijvoorbeeld 6B voor haren (gemengd met houtskool)
  • Houtskoolpotlood voor zwarte delen als pupil van het oog en haren
  • Eventueel B voor de lijnentekening
  • 4H voor om groeven te maken in het papier voor delen die wit moeten blijven

Heeft je portrettekening grote contrasten, wat afhankelijk is van de belichting van je voorbeeld foto of het model waarvan je tekent, pak dan ook houtskool. Alleen dan krijg je echt zwart in de schaduwen wat tekeningen veel meer diepte geeft, althans de illusie natuurlijk, maar zo lijken ze wel realistischer.

derwent-onyx-potloden
En dan heb je ook nog bijzondere potloden en materialen. Als je wilt weten wat ik allemaal gebruik, kijk dan bij de pagina: benodigdheden
geschreven paul
7x verschil eboek

Portret tekenen is vaak geen appeltje eitje.

Omdat de meeste mensen achterstevoren beginnen.

Logisch, want je wilt het liefst ineens een portret dat lijkt. Maar dat is gelijk aan de Mount Everst willen beklimmen zonder weten hoe je touw en gereedschap gebruikt.

Download gelijk

Ontdek hoe je stap voor stap realistisch leert portret tekenen waarmee je een ‘amateuristische’ look voorkomt.